REISTIPS UMBRIë

Umbrië, het land van Franciscus van Assisi, is een regio met groene, zacht glooiende heuvels begroeid met vooral wijn- en olijfgaarden. Umbrië heeft een zacht mediterraan klimaat zodat de zomers droog en zonnig zijn, maar de winters kunnen behoorlijk koud zijn, zeker op grotere hoogte zoals in de Apennijnen.

PERUGIA
Perugia heeft de eer om zowel de hoofdstad van de regio Umbrië als de provincie Umbrië te zijn. Gelegen in het midden van de regio, ligt Perugia ongeveer op gelijke afstand van zowel Florence als Rome en ligt in een heuvelgebied omringd door valleien en bergen. Tijdens het Etruskische tijdperk in Italië was Perugia een van de belangrijkste steden en bloeide het enorm vanwege de centrale ligging. Tijdens de middeleeuwen werd Perugia een universiteitsstad en werd het bekend om zijn toewijding aan de ontwikkeling van kunst en cultuur. Tegenwoordig houdt de stad deze traditie nog steeds in stand en worden er veel festivals en evenementen gehouden, zoals het Umbria Jazz Festival. Bij een bezoek aan Perugia kun je een groot aantal prachtige kerken en historische bouwwerken verwachten, maar ook fantastische musea en attracties zoals de Perugina Chocoladefabriek. Bovendien barst het omringende landschap van een adembenemend landschap en rijke nationale parken om tegemoet te komen aan liefhebbers van het buitenleven. Perugia heeft veel te bieden en de combinatie van historische en natuurlijke attracties zal je dagenlang vermaken.

ASSISI
Assisi is een stad met kerken, kathedralen en basilieken; een plaats die een integrale rol heeft gespeeld in de geschiedenis van het christendom in Italië en Europa. De belangrijkste religieuze plaats hier is de basiliek van Sint Franciscus van Assisi: een van de meest vereerde heiligen in de geschiedenis van het katholicisme. Deze enorme meerlaags structuur dateert uit de 12e eeuw en Sint Franciscus is hier begraven in een crypte, waardoor het een belangrijk bedevaartsoord is, evenals een historisch interessante middeleeuwse basiliek.

TEATRO DELLA CONCORDIA, HET KLEINSTE THEATER TER WERELD – MONTE CASTELLO DI VIBIO
Het Teatro della Concordia in Monte Castello di Vibio, werd gebouwd in het begin van de negentiende eeuw, op initiatief van een groep rijke lokale families, en ingehuldigd in 1808. In 1993, na de laatste restauratie, werd door de gemeente officiële gedoopt als “kleinste theater ter wereld”. Natuurlijk claimen veel andere theaters de ‘suprematie van kleinheid’, maar alleen het Concordia kan zichzelf als zodanig noemen: in deze ruimte vinden we slechts 99 zitplaatsen (37 stoelen in het centrale zaal, 62 in de balkons), een podium, twee kleedkamers, een vergaderzaal, een Foyeur en een tentoonstellingsruimte. Alle elementen van het Goldoni Theater zijn aanwezig in een prachtig minuscule vorm en, stilistisch gezien, getuigen alle details van een harmonieuze schoonheid. Al deze eigenschappen maken van het Concordia werkelijk het kleinste theater voor architectonische techniek en grootte. In een document uit het begin van de negentiende eeuw, ten tijden van de inauguratie, de oprichters schreven “het theater is klein, gebouwd in verhouding tot het dorp, maar de beschaving kan niet worden gemeten in kubussen of meters”.

WATERVALLEN VAN MARMORE
De Watervallen van Marmore, gelegen in het Parco Fluviale del Nera, is een van de mooiste buitenattracties in de regio rond Terni. Hoewel deze waterval er natuurlijk uitziet, is hij eigenlijk door de mens gemaakt en staat hij als de hoogste door de mens gemaakte val ter wereld.
De watervallen zijn echter een spectaculair gezicht, rondom zijn een reeks paden en voetpaden van waaruit je het prachtige landschap kunt verkennen. De waterval vindt haar wortels in de oudheid van Umbrië, toen de Romeinen het leven van Umbriërs binnendrongen en hun beschaving brachten: steden werden gesticht, wegens en aquaducten aangelegd. De waterval is in feite een buitengewoon waterbouwwerk van de Romeinen.
De spectaculaire sprong werd na verloop van tijd inspiratiebron van dichters en kunstenaars: van Virgil en Cicero, tot Lord Bayon in zijn ‘Childe Harolds Pilgrimage’, en was ook een bron voor vele legendes. Die van de “Velo Da Sposa” is bijzonder suggestief en vertelt dat het San Valentino was die ervoor zorgde dat de waterval direct uit de rots vloeide, om de puurheid van de nimf Nera te bewijzen, en zo een straal water creëerde vergelijkbaar met de witte sluier van een bruid.

SPOLETO
Ten noorden van Terni ligt de prachtige stad Spoleto. Deze charmante stad heeft slechts 38.000 inwoners en uit gegevens is gebleken dat deze stad al in 241 voor Christus werd gesticht. Opvallende plekken in deze fantastische stad zijn de kathedraal van Santa Maria, het indrukwekkende Rocca-kasteel op een heuvel, het oude Romeinse theater en de kerk van San Pietro met zijn sierlijke gevel. Als je een bezoek aan andere grotere steden in de omgeving hebt gedaan, is Spoleto een geweldige alternatieve bestemming om te verkennen.

TRASIMONO MEER
Een perfect uitje vanuit Gubbio is het Lago di Trasimeno, dat met een oppervlakte van 128 vierkante kilometer het op drie na grootste meer van Italië is. Er liggen drie kleine eilandjes in het meer, Isola Polvese, Isola Maggiore en Isola Minore. Het Isola Maggiore, dat een omtrek van twee kilometer heeft, is het enige permanent bewoonde eiland, dat je vanuit Passignano en Castiglione del Lago met een veer kunt bezoeken. Op het Isola Polvese is een wetenschappelijk park, waar educatieve en milieuonderzoeksactiviteiten plaatsvinden. Vanaf het omringende landschap heb je adembenemende panorama’s, vooral vanaf de muren van de vele dorpen die uitkijken op het meer, zoals het eerdergenoemde Passignano en Castiglione del Lago, Magione en Panicale. Het gebied rond het Trasimenomeer biedt ook een zeer breed scala aan recepten en culinaria en je kunt er volop genieten van heerlijke gerechten: authentieke ingrediënten, verse vis en uitstekende producten zijn een kenmerk van de Umbrische keuken in het algemeen en de Trasimeense keuken in het bijzonder.

GUBBIO
Gubbio was ooit een Romeinse kolonie, waarvan je buiten de stadsgrenzen nog resten terug kunt vinden. De stad zelf wordt gekenmerkt door middeleeuwse invloeden. Gubbio is gebouwd tegen de flanken van de Monte Ingino en de huizen, kerken en andere monumenten lijken wel tegen de berg te zijn aangeplakt. Via de Via dei Consoli loop je steil omhoog (er is ook een lift) naar de Piazza Grande, het hart van de oude stad. Hier komen de vier verschillende wijken die samen Gubbio vormen, bij elkaar en word je een fenomenaal uitzicht op de benedenstad en de omgeving geboden. Op dit ruime plein staan tegenover elkaar aan de korte zijden het Palazzo del Podestà (het gemeentehuis) en het Palazzo dei Consoli (Museo civico), zo’n beetje het embleem van Gubbio. Het werd tussen 1332 en 1338 gebouwd en heeft een toren met een 2000 kilo wegende klok. Een fraaie, hoge trap leidt naar de entree, die versierd wordt door een lunet met Maria, Johannes de Doper en Sant’Ubaldo, de patroonheilige van Gubbio. Als je vanaf het plein nog verder omhoog loopt, kom je uit bij de Basilica di Sant’Ubaldo, wiens lichaam rust boven het hoofdaltaar. De basiliek werd in de 16e eeuw gerestaureerd en toen werd gelijk maar een klooster bijgebouwd, waar de befaamde ‘Ceri di Gubbio’ worden bewaard worden. Elk jaar, sinds het eind van de 12e eeuw, worden deze gigantische, 400 kilo zware, houten kandelaars op 15 mei door de stad gevoerd in de ‘Corsa dei Ceri’. Iedere kaars vertegenwoordigt een beroepsgroep. Rond het middaguur worden de kaarsen rechtop geplaatst op de Piazza Grande, waarna ze door het historisch centrum van Gubbio worden gedragen. Een van de stopplaatsen van de kaarsendragers – ‘la calata dei Ferranti’ – is in de Via Mazzatinti, waar het Porta Marmorea Hotel is gevestigd. Op zich is het niet echt een wedstrijd, want de volgorde van de kaarsen mag niet veranderd worden. Sant’Ubaldo moet altijd als eerste lopen, gevolgd door San Giorgio en als derde de heilige Antonius Abt. Als de kaarsendragers de zware route hebben afgelegd, worden de houten kaarsen teruggeplaatst in de kerk, waarna het feest in de stad pas echt los kan barsten.

ORVIETO
Orvieto was vroeger dankzij zijn strategische ligging een belangrijke stad; vooral in de middeleeuwen, toen de pausen – niet de hoogbejaarde, zalvende witjassen, zoals wij ze tegenwoordig kennen, maar bloeddorstige, op macht en ambitie levende veldheren – zich op het tufstenen plateau van de vroegere vulkanen van de Monti Volsini veilig waanden. Orvieto was lange tijd zelfs de hoofdstad van het Christendom, waar de clerus een hoop geld spendeerde aan het bouwen van kerken, kathedralen en paleizen, de een nog mooier, groter en protseriger dan de ander, want macht en rijkdom moesten worden geëtaleerd. De Duomo is wat dat betreft de primus inter pares. De gotische gevels met de vier torens, de rijk versierde portalen, al het beeldhouwwerk, de felgekleurde mozaïeken van bijbelse taferelen: deze Duomo is een feest voor de zintuigen.
Over zintuigen gesproken: in het centro storico zijn veel winkeltjes waar ze lokale producten verkopen. Er is een truffelspecialist en een regionale enoteca waar je wijnen uit de regio kunt proeven en kopen. De grond onder de stad wordt wel vergeleken met een gatenkaas, omdat het vulkanisch gesteente zo zacht is, dat je er makkelijk holen in graaft. Zo stammen de kelders onder het Palazzo del Gusto en de Enoteca Regionale uit de Etruskische tijd. In drie ondergrondse etages werd eeuwenlang de wijn uit Orvieto geproduceerd en bewaard. De Pozzo di Patricio is een meer dan 62 meter diepe put, met aan beide kanten een spiraalvormige stenen trappengalerij. Omdat de Slowfood beweging hier populair is, heeft Orvieto de titel ‘Città Slow’ gekregen. Hierdoor kun je hier overal genieten van voor de regio typische gastronomische specialiteiten.